Koppelkaart   Start vanuit van te voren opgesteld leerdoel
Terugkomfase
1
Welke afspraak is er in het vorige gesprek gemaakt met betrekking tot je leerdoel(en)? Welke theorie heb je ingezet? Waarom? Hoe heb je de theorie omgezet naar een concrete activiteit? Welke competentie ontwikkel je?
Verduidelijkingsfase
2
Hoe is het in de praktijksituatie gegaan? Wat deed je? Wat deden de leerlingen? Wat liep volgens verwachting? Wat niet? Hoe kwam dat? Welke ervaring was positief? Heb je de theorie als beschreven toegepast?
Aandachtspuntenfase
3
Welk(e) leerdoel(en) heb je bereikt? Welke leerdoelen verdienen (meer) aandacht? Welke verbeterpunten zijn er? Welke doorontwikkelpunten zijn er?
Alternatievenfase
4
Welke theorie ondersteunt het verbeteren of doorontwikkelen van je aandachtspunten? Hoe kun je die theorie inzetten? Welk alternatief voor je handelen kun je vinden m.b.v. de theorie? Welke keuze maak je? Waarom?
Afsprakenfase
5
a. Hoe ga je het behaalde leerdoel opnemen in je portfolio? Hoe en naar welke theorie verwijs je dan?
b. Wat plan je voor het vervolg? Sluit dat aan bij leerdoelen en competentiegebieden van je POP? Hoe ga je leerdoel en bijbehorende theorie koppelen aan een activiteit?
Koppelkaart   Start vanuit praktijkervaring, gebeurtenis, incident
Opdoen van een concrete ervaring
1
Beschrijf de concrete ervaring die je als onderwerp voor het gesprek wilt aandragen. Wat deed je tijdens de les? Wat deden de leerlingen tijdens de les? Wat wilde je? Wat wilden de leerlingen? Wat gebeurde er, wat zag je? Wat voelde je?
Reflecteren over gedane ervaringen
2
Had je deze ervaring gepland / verwacht / voorbereid? Wat wilde je bereiken met je handelen? Heb je dat doel wel of niet bereikt? In welk opzicht wel of niet? Waar lag dat aan?
Plaatsen in theoretisch kader en conclusies trekken
3
a. Over welk competentiegebied hebben we het? Welke theorie die je kent kan oplossingen aangeven? Waarover wil je (aanvullend) iets opzoeken in de theorie?
b. Welke conclusies voor je eigen handelen trek je vanuit de theorie? Wat kun je toepassen? Wat heb je al toegepast? Welke verbeteracties kies je? Waarom?
Conclusies omzetten in leerdoel, plan voor handelen
4
a. Hoe ga je handelen in een nieuwe of soortgelijke situatie?
b. Wat is het leerdoel voor de volgende keer? Welk(e) competentiegebied(en) benoem je? Welke theorie ga je inzetten? Welke keuze maak je? Waarom? Wat wil je bereiken? Welke concrete activiteit plan je?
W.F. Weekenstroo - Het Assink Lyceum - 2010
1

Titel

Tekst